Biografie

Mijn vader had een typemachine.

Ingrid 2018 Low format kopie
Een elektrische brother, met een correctiemogelijkheid. Supermodern in die tijd, het zal zo ongeveer in 1980 zijn geweest.

Eigenlijk moesten ik en mijn broer ver bij dat apparaat vandaan blijven. Hij was nogal duur en best kwetsbaar. Maar op een dag mocht ik het toch. Misschien omdat ik al weken niks duurs gesloopt had.

Het leek me nogal saai om telkens weer mijn naam te tikken en ook een brief schrijven leek me te gewoontjes. Ik wilde iets bijzonders maken. Als er een boek naast me had gelegen, was ik misschien wat gaan overtikken. Maar er lag geen boek. Dus schreef ik mijn eerste verhaaltje.

Het ging over lieve diertjes in een bos, die elkaar hielpen omdat ze de wereld leuker vonden als ze samen waren.

Een jaar later schreef ik toch over: ‘Mariska, de circusprinses’. Toen mijn lievelingsboek. Ik schreef met mijn vulpen op gestreepte A5-jes aan de achtertafel. Daar leerde ik veel van: hoe de zinnen waren opgebouwd en hoe de schrijver me emoties liet voelen als ik las.

Nog een paar jaar later schreef ik, met diezelfde vulpen, in de herfstvakantie en in de kerstvakantie en in de voorjaarsvakantie mijn eerste boek.

Het verhaal ging over ‘de Lucky Star manage’ en het telde 150 volgeschreven A5 ringbandvelletjes. De boeken in onze rijdende bibliotheek had ik namelijk allemaal al uit: vandaar.

Schrijven bleek verslavend.

De meeste schrijvers zullen die drang om te schrijven, verhalen te vertellen, de juiste woorden te vinden, herkennen. Schrijf je een tijdje niet, dan ploft het er vroeger of later toch weer uit.

Toch schreef ik een tijdlang niet.

Om te leven is ook geld nodig. En na wat stoetelbanen en uitzendwerk had ik ineens ontzettend leuk werk bij een ICT bedrijf. Dat slokte zeer effectief al mijn tijd op en ik werd er zo blij van dat ik het schrijven niet echt mistte.

Maar bij de geboorte van onze oudste liep ik een paar blessures op waardoor ik thuis kwam te zitten. En daarna bleek dat ik niet terug naar mijn baan kon, omdat onze jongste een heel behoorlijke mate van autisme had.

En toen was hij er ineens: de plof. Ik wilde weer schrijven.

Ik schreef een paar literaire verhalen en een bundel magisch realistische verhalen over Sneeuw. Dankzij een duwtje van Netty van Kaathoven ontdekte ik een nieuwe liefde: kinderboeken.

Van onze jongste leerde ik dat taal niet iets is wat iedereen vanzelfsprekend komt aanwaaien. Taal is complex, taal is een wonder. Dat je kunt lezen en praten, hoe het komt dat je dat kunt, is zo bijzonder.

Alle kennis die ik opdeed over taal en ontwikkeling kwam uiteindelijk samen in mijn boeken voor de Troefreeks van Uitgeverij van Tricht  en ‘De drakendokter’ verhalen, die uitgegeven worden door educatieve uitgever Graviant .

Ik schrijf nog veel meer, zoals je op mijn boekenpagina kunt zien. Vaak in opdracht, voor doelgroepen en soms toch ook vooral voor mijn plezier.

Plezier zoals vroeger, toen ik voor het eerst op die mooie typemachine mocht tikken.

Ik hoop het nog heel lang te mogen doen!

Foto: by Annette Fauchey