autisme·thuisonderwijs

Breinbrekers

IMG_3268

Een van de grootste breinbrekers van dit moment is: hoe vervullen we de behoefte van onze Jongste aan vriendschap, mensen om hem heen, een doel in het leven.

Zijn weekprogramma zit keurig in elkaar. Er zijn lessen, er is beweging, er is aandacht voor kunst, ruimte voor spel en een dag per week is hij buiten de deur bij een leuke club begeleiders die er met hem op uit gaan.

Maar het is niet genoeg. Het is niet hetzelfde als een school, waar je vrienden kan ontmoeten en toegang hebt tot mensen die misschien wel hetzelfde leuk vinden als jij. Ik kan hier wel een briefje boven de trap hangen: wie doet er mee met Dungeons en Dragons, maar de enige die reageert is zijn broer. En dan is het nog lastig, want Jongste speelt een eigen versie van D&D, net zoals hij een eigen versie van voetbal of badminton speelt.

Er is er maar eentje zoals hij

Die school, dat gaat niet. Zijn gedrag wijkt teveel af van de rest, zijn behoeften zijn te anders, de nood aan begeleiding is te groot, net als zijn behoefte om letterlijk en figuurlijk te dwalen. En daarmee vallen ook heel veel andere plekken af. De dagbestedingsplekken die we vinden gaan uit van een grotere zelfredzaamheid, een grotere belastbaarheid en moeten een programma maken dat terug naar school zal leiden. Dat, of ze zijn alleen toegankelijk en ingericht voor mensen met een verstandelijke beperking.

Het is de moeite waard om te onderzoeken of daar toch nog een gaatje zit, vinden we met zijn allen, maar eigenlijk weten we stiekem allemaal wel dat dit ook niet de ideale oplossing is.

Maar hoe dan?

We zoeken al anderhalf jaar naar kinderen die qua problematiek bij hem passen. De meeste kinderen kunnen echter in het bestaande aanbod terecht. Daar zit geen leuke, veilige, rustige dagbesteding met veel begeleiding bij omdat vrijwel iedereen ervan uit gaat dat ‘terugleiden naar school’ bij een normaal of hoog IQ altijd een optie is. Aan zo’n lage zelfstandigheid denkt niemand en … tja, er zijn dus blijkbaar niet zoveel kinderen die dit nodig hebben.

Deze kinderen en jongeren kunnen bovendien niet lang reizen. Structureel uit verschillende regio’s naar elkaar toe trekken is ook niet mogelijk. Bovendien is Jongste al vijftien. Wat je bedenkt zou ook gewoon moeten passen bij achttien-plus, anders zitten we dan weer omhoog.

‘Wat zouden jullie doen?’

Ik besluit het eens aan de andere jongens te vragen. Vier jongens, zestien-plus, met autisme en een normaal tot hoog IQ. Die nog iets gemeen hebben: ze kunnen alle vier niet meer naar school. Gelukkig is er bij hen nog wel zicht op verbetering van die situatie maar voorlopig zitten ze in hetzelfde schuitje.

Dat ze niet dom zijn blijkt al bij het eerst antwoord: “Je wilt iets voor zijn broertje bedenken, hè? Moeilijk. Hij kan niet praten, dat is echt een probleem.”

Leerzaam antwoord. Jongste kan woorden uiten en zinnen vormen en technische gesproken kan je stellen dat hij praat. Maar echt praten zoals je in een gesprek doet, is het inderdaad niet. Het is een van zijn grootste hindernissen: als praten zo moeilijk is, is al het andere inclusief vrienden maken echt heel moeilijk. Zelfs online lukt het niet.

Deze jongen ziet dat en vat het eenvoudig samen.

Wat ze niet willen

Ik vraag wat zij zouden willen van een dagbesteding, een plek om te zijn door de week. Ze kijken elkaar aan.
‘Niet waar ik nu ben,” zegt er een. ‘Ik ga er wel heen, hoor, maar jouw broertje loopt gewoon weg als hij daar zit. Er is te weinig te doen en er zijn te veel mensen. Sommigen halen rottigheid uit als de leiding niet kijkt.’
‘Ook niet waar ik ben,” zegt de tweede. ‘We doen best leuke dingen maar er is altijd iemand in mijn buurt en ik moet de hele dag iets leren. Over mijn gedrag, bedoel ik. Daar word ik echt heel moe van. Soms wil ik gewoon even zijn.’
‘Dan moeten we zijn broertje daar juist heen sturen,” grapt iemand. ‘Dan hebben ze wat te doen.’
‘Ik denk dat hij daar heel agressief van wordt,’ zegt grote broer ernstig. ‘Hij heeft echt heel veel niks aan mijn hoofd tijd nodig.’
‘Niet naar mij kijken,’ zegt de derde. ‘Ik zit nergens.’

Wat ze wel willen

‘Maar wat zouden jullie willen?’ vraag ik. ‘Ik kan dat waarschijnlijk niet voor jullie maken, maar stel dat ik een miljoen win. Wat maak ik dan?’
Ze kijken elkaar aan, er is begrip zonder woorden en ze knikken.
‘Een plek waar je alleen kan zijn.’
‘Maar waar je wel iets kan doen.’
‘Drummen of zo. Of computeren. Of nadenken.’
‘Koken!’
‘Ja, een grote ruimte waar je samen kan zijn, maar dat er dan zo kamers aan vast zitten waar je alleen kan zijn, of met een klein groepje.’

‘Wel met ramen,” zegt een van de jongens. ‘Het moet ook veilig zijn voor zijn broertje. Je moet het kunnen zien als hij in de problemen komt.’
‘Ik weet het niet, glas kan je ook stukslaan,’ vindt iemand. ‘Heb ik wel eens zien gebeuren.’
‘De begeleiders moeten in elk geval in de grote ruimte en die moet je dan kunnen halen als je ze nodig hebt. Maar dat ze het ook oké vinden om niks te doen omdat we het zelf doen.’
‘En dat je er heen kan als je zin hebt maar niet moet als je niet wilt.’

”En dat je daar dan ook heen kan als je even een tijdje geen school hebt!’
‘Misschien een plek om aan je lessen werken,’ bedenkt grote broer. ‘Als ze er ook een leraar neerzetten of zo, dat je wat kan vragen.’
‘Maar dan wel in mijn eentje. Ik kan niet werken als er iemand naast me zit.’
‘En een slimme leraar graag, niet zo een die zegt: zoek maar op, of, o, dat weet je toch wel?’
‘Ja, als je het al weet of op kan zoeken hoef je het niet vragen, duh.’
‘Als we er samen zijn kunnen we zijn broertje helpen met online gamen. Daar kan je ook vrienden vinden.’

Nu kijken ze mij aan.
‘Ik zou er wel een stukje voor omrijden,’ zegt een van hen.
‘Reizen is niet voor iedereen een probleem,’ zegt een ander.
‘Maar jullie hebben geen miljoen,’ zegt de derde praktisch. ‘We kunnen ook even kijken welke games geschikt voor zijn broertje zijn? Geen MMO, daar zijn te veel mensen.’
‘Er zijn ook kleine MMO’s.’

Ze pakken hun drinken en vertrekken al pratend naar boven.

Tja. Ik snap wat ze willen. Ik zie het voor me.
Alleen… hoe doe je dat? Zonder miljoen?

2 gedachten over “Breinbrekers

  1. Ik herken het probleem. Onze jongste zat thuis. Ging niet naar school meer maar kon ook niet naar dagbesteding en lessen thuis stond hij niet voor open. Wel miste hij die vrienden van school. In de pauze met een klein clubje allemaal op hun eigen ds. Ze hielpen elkaar en hadden dezelfde interesses. Onze zoon werd doordat hij dit zo miste thuis depressief.
    Wat er wel was in onze stad was van de Bascule. Niet zoveel mogelijkheden zoals jou jongens allemaal benoemden, maar wel binnenkomen wanneer je er behoefte aan had en verschillende mogelijkheden om samen te zijn maar ook alleen.
    Alhoewel het dezelfde stad was, was de reis er naar te een te grote stap voor onze zoon om daar naar toe te gaan. En iets als dit was er niet dichter bij huis.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s