Geen categorie

Hoe dan toch: onderwijs

bloei tot leven

(vervolg op deze blogpost)

Nadat we iedereen en nog een paar mensen gebeld en gemaild hadden moesten we constateren dat er geen plek was waar Jongste naar toe kon om zijn leerwerk voort te zetten. De enkele plek die mogelijk geschikt was zat vol, andere plekken konden deze aanpak niet zo 123 in hun bedrijfsformule stoppen.

Een ander probleem bleek de reisafstand.

Onderweg zijn is natuurlijk prachtig, er is zoveel te zien. Het landschap is altijd anders, de verkeersituaties zijn altijd anders, de huizen en tuinen van de mensen veranderen vaak. Maar die pracht is ook de valkuil.

Stel dat je elke dag vijftien muntjes krijgt. Alles wat je wilt doen op een dag heeft een prijs. Opstaan, wassen en aankleden, eten. Onderweg zijn, op school zijn, leren, spelen, omgaan met anderen. En dan nog een keer onderweg, thuiskomen, weer eten, misschien nog huiswerk, tijd voor je eigen dingen en dan alle handelingen die nodig zijn om naar bed te gaan. Dan heb je elke dag precies genoeg muntjes, tenzij… tenzij je bij het reizen al 3 muntjes opmaakt omdat je alle details ziet. En als je jas ophangen en je spullen op de juiste plek in school zetten ook 3 muntjes kost, heb je er nog maar 9 over voor 14 andere activiteiten.

Dat lukt natuurlijk nooit.

Dan kun je nog een tijdje muntjes lenen van jezelf en in het weekend proberen om je ‘schuld’ weer af te lossen. Maar stel dat je vader zijn verjaardag viert. Of het gezin gaat naar Avi Faua en jij wilt mee. Uiteindelijk lukt het gewoon niet meer om je staande te houden.

Om die reden zit een dagelijkse rit van een half uur heen en een half uur terug naar een mogelijk geschikte plek er ook niet in.

In overleg met het zorgteam, waaronder de school, besloten we het als volgt in te richten: zelf doen. Ik was daar niet meteen bang voor. Omdat Oudste het ook lastig vond om op school zijn werk af te krijgen, had ik veel lesstof al gezien toen we hem hielpen. Bovendien geef ik al heel lang schrijflessen, auteur in de klas-lessen en heb ik in een ver verleden een stuk van de pabo gedaan.

Afgelopen zomervakantie las ik dan ook geen literatuur maar boeken over didactiek, lesopbouw, executieve vaardigheden en weer boeken over ontwikkelingspsychologie. Tenslotte wilde ik Havo lessen gaan geven aan een jongeman die in vele opzichten pas vijf is.

Door zelf op deze manier te gaan leren, ondervond ik aan den lijve dat je zonder een fatsoenlijke lesopbouw voornamelijk leert wat je al weet. Op het leeftijdsverschil en de logische opbouw van de lessen concentreerde ik me dan ook het meest.

Elke schoolweek zijn is er ruimte voor tien lesmomenten, besloot ik.

Vier lesmomenten doe ik momenteel zelf.
Twee lesmomenten zijn voor een zorgmedewerker.
Twee zijn er voor ‘neus buiten de deur’.
En twee zijn er voor sociale vaardigheden bij de begeleiding waar hij al jaren komt.

Over een les die in de klas een uur duurt, doen wij twee uur. Meestal is die tijd nodig, soms niet. De tijd die hij wint, is zijn beloning voor goed doorwerken. Er is ook ruimte om langer door te gaan. Waarom zou je stoppen als een les zo interessant is dat je nog een filmpje wilt zien, naar buiten wilt om bladeren te zoeken, extra vragen hebt of het proefje uit het boek wilt uitvoeren?

Welke vakken? Dat was nog even puzzelen.

Natuurlijk de kernvakken, die de basis van al het andere zijn: Nederlands, wiskunde met rekenen en Engels. Maar alles is leuk! Aardrijkskunde is leuk, en geschiedenis ook, bio zeker en Nask ook! We maakten dus een schema waarbinnen hij alle vakken volgt die hij normaal ook in de 2e brugklas zou krijgen.

Met hulp van school zetten we de vakken telkens in een programma van ‘vakantie tot vakantie’ voor hem klaar, met een groot oog voor de logische opbouw. Komen we erachter dat hij basiskennis mist, dan vullen we dat eerst aan. Ik noem maar even een dwarsstraat; je kunt niet zeggen waar de dijken in Nederland gebouwd zijn en waarom, als je de ligging van de provincies niet kent. Daarom houden we ook goed bij hoe de lessen zijn gegaan.

Op vier momenten toetsen we.

Maar wat we dan eigenlijk oefenen en toetsen is zijn vermogen om een toets te maken. Het controleren van de stof zelf doen we mondeling en tussendoor, eigenlijk zonder dat hij er erg in heeft. Dit houdt het stressniveau laag. Op dit moment schrikt hij nog zo van het concept ‘toets’ dat hij spontaan alle kennis vergeet en soms zelfs niet eens meer kan praten. Dat is geen basis voor het testen van kennis, maar dus … voor het oefenen met toetsen. In een aparte ‘toetsweek’, zodat het leren van de stof zelf niet gehinderd wordt.

Het gaat nu, na bijna een jaar thuis, goed met hem.

Hij heeft al zijn verloren vermogens terug, hoort alleen nog geluiden en stemmen-die-er-niet-zijn na heel drukke dagen met een inspannend uitje of een flinke familievisite en zijn spraak gaat met sprongen vooruit. Voor het eerst in vijftien jaar kunnen we allemaal samen aan tafel eten en hoef ik niet anderhalf tot twee uur bij hem op zijn slaapkamer te zitten tot hij durft te slapen. Hij is vrolijk, maakt grapjes, doet zijn leerwerk steeds beter, krijgt complexere interesses en kan al meer vragen per les aan dan in het begin. Al met al: hij groeit.

Kan het zo voor altijd doorgaan? 

Nee. Voor de nabije toekomst zullen we, om die groei te ondersteunen, iets moeten verzinnen waarbij er meer momenten zonder mij zijn en ook momenten buiten het huis. Het liefst met andere leerlingen in een kleine groep. Juist bij autisme bestaat het gevaar van eenzijdigheid: wel op je eigen fiets kunnen fietsen maar niet op een andere. Wel huiswerkvragen kunnen beantwoorden als ik ze stel, niet als een ander ze stelt. Wel kunnen werken aan je eigen tafel, niet aan een andere.

Bovendien wil je niet voor altijd en altijd met je moeder aan de keukentafel zitten. 

Ook zullen we verder moeten werken met die toetsen. Als we willen toewerken naar examens, ook al is nog lang niet zeker of hij die ooit zal kunnen doen, zal hij nog beter moeten leren praten, langer achter elkaar moeten doorwerken, grotere en complexere vragen moeten beantwoorden.

Gaat dat lukken?
Geen idee.

Moet hij wel examen doen, is het opdoen van kennis alleen niet voldoende?
Geen idee.

Maar we werken er wel aan.

Want dit is wat hij nodig heeft: een reden om op te staan, een doel om naar toe te werken en een verschil tussen werktijd en vrije tijd. Zo kan hij ontwikkelen en groeien. Dat geeft rust.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s