autisme

De wens en wil om te leren

IMG_0246

Kinderen die om wat voor reden dan ook thuiszitten, hebben dagvulling nodig.

Het mooiste is het als er binnen afzienbare termijn zicht is op een school die wel past.

School is niet alleen een plek om lesstof te leren, maar ook om vrienden te maken, avonturen te beleven, samen te zijn buiten het zicht van ouders. Het is de plek waar je samen met je leeftijdsgenoten leert waar de grenzen in gedrag liggen, waar je samen ontdekt hoe je wel en hoe je niet de leraar voor de gek kunt houden, waar je voor het eerst deel bent van een andere groep dan je gezin. En anders dan de sportclub of de manege waar je in elk geval mensen treft met dezelfde interesse, is het een gemêleerd gezelschap. Er zijn ook mensen die van heel andere dingen houden dan jij, mensen met wie je echt geen klik hebt en leraren die je echt niet begrijpt. School is ook de plek waar je leert omgaan met zulke moeilijkheden.

Helaas is ‘school’ niet altijd mogelijk. Jongste is uitgevallen omdat hij door het gebouw ‘school’ en de leerlingen, prachtige spullen en levendigheid zo overprikkeld raakte dat zijn hersenen het niet aankonden. En dan zit je dus thuis, met alle tijd in de wereld.

Wat nu?

We hadden er voor kunnen kiezen om hem de hele dag in standje-vakantie te laten doorbrengen. Uitslapen, opstaan als je zin hebt, beetje gamen, beetje eten, beetje YouTube kijken en weer naar bed. Met om de twee dagen een uitje, want elke dag een uitje zou te veel zijn, ook voor mij.

Maar dat leven leek me nogal demotiverend en uitzichtloos. Ik vind dat in de vakantie wel leuk, echt waar en ik zucht ook als die vakantie voorbij is. Maar ik ben ook blij: ritme terug, regelmaat, een doel om naartoe te werken, structuur in de dag en de week.

Bovendien klinkt dat beetje gamen, beetje eten, beetje YouTube wel leuk, maar daar blijft het niet bij. Er komt ook ‘een beetje’ klieren bij kijken. Rondrennen, niet luisteren, over de vloer dweilen, met spullen smijten. Maar ook: experimenteren. Zout in de limonade gooien. Op het dak klimmen en kijken of je een vogel kunt nadoen. De weg overvliegen omdat er een kat aan de overkant loopt waar je iets aan wilt vragen. Zelf inkt maken en op de kat spatten.

Bij gebrek aan mentale uitdaging gaat hij op zoek naar mentale uitdaging.

Zijn wens om te leren is krachtig. Dit is al zo sinds het MKD: als hij niet mentaal uitgedaagd werd, was er geen land met hem te bezeilen. Pas als dat deel van zijn wezen bediend was, kwam hij tot spelen, contact maken, eten. Dit is nooit veranderd, ook niet op de basisschool: als hij niet werd uitgedaagd, dan was je hem kwijt. Meestal figuurlijk, soms zelfs letterlijk.

Mensen ontwikkelen zich van baby tot volwassene in een aantal vaste stappen, ook al lopen die stappen vaak een beetje door elkaar en doet het ene kind er langer over dan het andere. Het ene kind loopt al maar zegt niks, het andere kind praat al prima maar zit liever en kijkt rond.

Ook op het gebied van ‘de wereld leren kennen’ zijn er zulke stappen.

De sensomotorische fase bijvoorbeeld: pakken, tasten, voelen, proeven. Alles gaat in de handjes en in de mond. Pas als een kind denkt: ‘Oke, dit snap ik, wat is er nog meer in de wereld’ gaat het over naar de volgende fase: magisch denken. Voorwerpen eigenschappen toekennen die ze niet hebben, rollenspellen: alles om de wereld om hen heen te duiden.

Twee belangrijke stappen die te maken hebben met leren. Eerst door alles te pakken en te proeven, daarna te experimenteren: kan het ook dit? Kan het ook dat?

Na de magische fase komt het leren zoals we dat woord het vaakst gebruiken: het opnemen van theorie. Interesse in letters en woorden ontstaat, de waarom fase slaat toe: het basisschoolkind wil niks anders dan leren. Informatie, experimenten, feiten opslurpen, de wereld snappen.

Het iets oudere kind, de puber, wil nieuwe dingen met die informatie. De puber wil zijn eigen plaats in de wereld bepalen, zijn eigen mening geven over de feiten. En de zestienjarige wil informatie combineren om er iets nieuws van te maken.

Natuurlijk is het proces nog veel complexer dan ik zo even kan schetsen.

Er zijn dikke boeken vol over de ontwikkeling van kinderen geschreven. Maar deze vijf stapjes geven al aan hoe belangrijk leren voor kinderen is. Zonder stap A kom je niet bij stap B. En minstens zo belangrijk: de drive om die stapjes te volgen is groot. Daar sta je niet bij stil als je een dreumes op het blad van de plant ziet kauwen of een schoolkind vol interesse door een museum ziet vliegen: dat vinden we normaal.

Om de kinderen te helpen brengen we ordening aan in de berg gegevens die deze wereld rijk is: we vertellen wat ze wel en niet mogen eten, we geven ze les volgens een systeem waarbij ze op logische wijze hun kennis opbouwen. Zelf vullen kinderen dat aan door hun eigen interesses te volgen en bijvoorbeeld alles te leren over hotwheels, tekenen of tennis.

Bij kinderen met autisme kan het echter voorkomen dat die fase’s niet zo snel doorlopen worden. Onze Jongste deed heel lang over de pakken-voelen fase. Toen hij acht was, was hij daar nog niet helemaal mee klaar terwijl dit bij de meeste kinderen zo tussen de tweede en de derde verjaardag doorwerkt is. Hij loopt op dat gebied ver achter bij leeftijdsgenootjes en dat merk je, ook in de les.

Dit wil echter niet zeggen dat hij de drive niet heeft om te leren.

Die is krachtig bij hem. En het wil ook niet zeggen dat hij geen behoefte heeft aan structuur in het leerwerk: zonder structuur verzuipt hij in de berg informatie die wij als mensheid bij elkaar gehamsterd hebben.

Wat ik voor dagvulling voor hem wilde piekerde ik dan ook al snel bij elkaar: structuur en cognitieve input. Leerwerk. Regelmaat, maar met een veel lagere belasting dan op school en, omdat hij zo laat pas kan inslapen, meer tijd om uit te slapen. Les, met een goede lesopbouw, maar kalmer aan dan op school. Dichtbij huis op een plek die rustig en warm is maar niet op een school lijkt.

Alleen… dat was nergens te vinden. Er is geen kans op terugleiden-naar-school, waar veel programma’s op gebaseerd zijn. Plekken die in aanmerking leken te komen waren allang vol of te ver weg. Want na een half uur tot drie kwartier reizen is er al zoveel van zijn belastbaarheid afgesnoept, dat hij eigenlijk gewoon terug naar huis moet.

Dus, wat nu?

In de volgende blog vertel ik meer over hoe we het, voorlopig, hebben opgelost.

Een gedachte over “De wens en wil om te leren

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s