autisme

Angst en autisme

WhatsApp Image 2018-11-09 at 15.19.12

Het lijkt haast wel bij elkaar te horen: angst en autisme, zo vaak komt het voor.

Daar zijn een aantal oorzaken voor te bedenken.

Kinderen met autisme hebben niet altijd voldoende grip op tijd en plaats, waardoor ze houvast missen. Stel je voor dat het een weeklang licht is, je in een onbekend bos loopt en geen horloge of smartphone bij je hebt? Dan kan angst je makkelijk overvallen.

Kinderen met autisme hebben vaak problemen met taal. Het is mogelijk dat ze zich niet goed kunnen uitdrukken, wat lastig is als ze proberen te vertellen waar ze bang voor zijn. Maar het is ook mogelijk dat ze prima kunnen praten maar bepaalde woorden niet goed hebben begrepen. Dat kan voor angst zorgen: misschien is een thuus wel iets heel griezeligs. Misschien liggen thuussen wel ’s nachts onder je bed om zodra je slaapt over de rand te gluren en hun scherpe tanden in je been te zetten.

Onze Jongste kreeg angstklachten toen zijn methylfenidaat niet goed afgesteld stond. We kijken elke dag wel een keer naar het journaal en ineens begon dat problemen te geven. Niet op het moment waarop we het keken, later kwamen de vragen en als je niet goed kunt praten, kun je dus niet eens goed vragen wat je wilt weten. Het verwerken van wat hij had gezien en het bedenken van de juiste vragen kostte hem soms dagen. In die tussentijd zagen we wel de symptomen: onrust, slecht slapen, schichtige blikken.

Die uitgestelde reactie kan angstgevoelens ook aanwakkeren. Als je bang bent en je ouders kunnen je meteen geruststellen, duiden wat er is gebeurd en wat je hebt gehoord en gezien, helpt dat. Als die angst een paar dagen kan sudderen gaat het gevoel dieper en dieper zitten en de link met de bron van de angst kan verloren raken. Misschien kom je er wel nooit achter waar de angst, de grote schrik is begonnen. Maar ineens merk je dat er angst is ontstaan voor de Halloween-skeletjes die ineens overal hangen, of voor het geluid van klapperende vlaggetjes, of voor een scene in een voordien geliefde film.

En wat ook nog kan is dat de sociale leeftijd veel jonger is dan de leerleeftijd: dan kunnen zaken als films en boeken al snel te griezelig zijn omdat ze thema’s behandelen waar dit specifieke kind nog niet aan toe is, omdat het nog niet kan begrijpen waar het precies over gaat.

Maar vaak is angst bij autisme vooral een onaangenaam gevoel, een aanwezigheid waar voor niet altijd een duidelijke oorzaak bij hoort. Je kan er wiebelig en snauwerig van worden, of bang om bang te zijn. Zo kan het gebeuren dat er angst voor de angst ontstaat. Je wilt dat nare gevoel niet voelen, maar stel nou dat het toch komt?

Wat zie je?

Angst kan zich uiten in een sudderend, steeds terugkerend gevoel van onrust. Het kan zich uiten in gevoelens van spanning (buikpijn) maar ook letterlijk voelbaar zijn aan de spierspanning. Sommige kinderen spannen hun spieren zo hard aan, dat ze vreselijke hoofdpijnaanvallen krijgen.

Angst kan ook acuut zijn. Paniekaanvallen, plotselinge boosheid, iets dat lijkt op agressie, om je heen slaan, van je af slaan (die enge spin weg slaan). Oudste mixte in zijn kleuterjaren vaak boos en bang door elkaar, zodat ons niks anders overbleef dan hem op een groot kussen neerleggen en wachten tot hij klaar was met om zich heen slaan en trappen.

Helpt confronteren? De angst recht in de ogen kijken?

Bij een aantal aandoeningen, OCD en angststoornissen bijvoorbeeld, wordt gewerkt met confrontatie. Je kijkt de angst recht in de ogen, om erachter te komen dat er eigenlijk niks is om bang voor te zijn. Zo liep ik in mijn eerste pabo jaar een paar weken lang met een spin in een potje in mijn tas. De spin en ik vonden er niks aan.

Dat mensen bang zijn voor spinnen, muizen en slangen, dat begrijpt iedereen. Maar we spenderen bar weinig tijd aan mensen helpen om over die angsten heen te komen. Vliegangst behandelen we alleen als iemand zelf aangeeft perse te willen vliegen.

Stel nou dat iemand datzelfde gevoel krijgt bij het zien van een glas melk, een tekenfilmfiguur of een hond. Onze Oudste was als kleuter erg bang voor de marionet die in Polar Express uit een bagagerek valt. Moet je dat dan allemaal maar gaan aanpakken? Wat voor zin heeft het om hem die film juist te laten zien, in plaats van een die hij wel leuk vindt?

Jongste was op de een of andere manier bang geworden voor de Lollifanten in een Winnie de Poeh spelletje. Er is geen reden om hem dat spel te geven of perse dat boekje met de Lollifanten voor te lezen. 

Prikkelen

Je kan ook iemand prikkelen om over zijn eigen grenzen heen te gaan. Uitdagen, overhalen, omkopen, stiekem meenemen naar het pretpark om wel in die hoge attractie te gaan. Verrassing!

Werkt dit ook bij autisme… ja, nou, nee, dat heb ik nog niet gemerkt. Veel kinderen willen zo graag braaf en goed zijn dat ze meegaan in je voorstel om je niet teleur te stellen. Maar de angst is natuurlijk niet weg omdat je het weg wenst. En de druk en spanning zijn zo groot, dat je vaker wel dan niet eindigt met een heel druk en overprikkelt kind – dat nog steeds bang is.

Het kan de angst nog eens groter maken. Immers, als je niet precies weet hoe het is ontstaan, of waar de angst precies voor is, dan is de kans dat je een foute inschatting maakt nogal groot. De leerkracht die denkt: ‘Maar als ik een plaatje van een heel schattig skelet ophang, dat kan toch wel?’ De begeleider die denkt: ‘Maar als we nu samen door het steegje gaan, dat kan toch wel?’

Angst voeden is ook niet nodig.

Ik ging heus niet zeggen dat Lollifanten echt hele enge dieren zijn en ik ging ook niet kijken of ze onder zijn bed zaten. Daarmee zou ik juist doen alsof er wel een kans bestond dat ze onder zijn bed zaten. En ik ging ook niet zeggen dat ‘in andere films nog veel engere dingen gebeuren dan een vallende pop’. Of: ‘Dat de wereld nou eenmaal een harde, koude plek is en dat je daar maar beter aan kan wennen.’

Welnee.

Ik zei iets als: ‘Ach, wat naar dat je daar zo van geschrokken bent.’ En vervolgens hoefde dat spel dus gewoon niet meer. Wat een opluchting.

Veel angsten zijn op die manier rustig weggegleden, vergeten en verloren en als ik nu zeg: ‘Weet je nog dat je bang was voor Lollifanten?’ kijkt Jongste me niet-begrijpend aan. ‘Waarvoor? Waarom was ik daar bang voor?’

Dat is de aanpak die ik nog steeds gebruik, als er weer iets griezeligs opduikt. Er heel gewoon over doen. Niet bevestigen dat het eng is, wel bevestigen dat ik zie dat hij het eng vindt. Als het even kan gaan we daarna de angst uit de weg en als dat niet ‘voor eeuwig’ kan, dan praten we erover.

O, aha, dus je doet wel iets!

Als we samen over een angst kunnen praten, prima. Uit duidelijkheid ontstaat vaak begrip. Begrip doet angsten smelten. Wat zo eng leek, bleek anders in elkaar te steken en niet zo eng te zijn.

Maar … alleen als ze het zelf willen. De motivatie om dat gesprek aan te gaan, moet echt van de kinderen zelf komen, ik kan en wil dat niet opdringen. Gelukkig hebben we toch regelmatig zulke gesprekken. Heel rustig, in hun eigen tijd. Dan kan ik wie-wat-waar-wanneer-waarom-welke en hoe vragen stellen: wanneer voelde je dit voor het eerst? Wat was het precies waar je van schrok? Wat denk jij dat er werd gezegd? Wil je dat ik het uitleg?

Ik hou het klein, ik hou het kalm. Ik leg bijvoorbeeld uit dat ik ook wel eens bang ben en niet zo goed weet waarom, of ik leg uit dat veel mensen bang zijn voor Dat Ene en wat zij dan doen.

Soms wordt de angst dan minder en dat is heerlijk.

En soms lukt het niet en zit er niks anders op dan nog een tijdje ‘de enge spin’ te vermijden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s