autisme

De schattigheidsfactor

stockvault-reflection206618Ons Jongste haalt, zo zei iemand eens heel treffend, het maximale uit zijn autisme.

Hij heeft een normale begaafdheid, als hij een goede dag heeft en even zijn best doet haalt hij met een gemak vwo cijfers.

Alleen heeft hij niet zo vaak een goede dag. Er is zoveel wat hem kan overprikkelen dat hij zich nauwelijks staande kan houden.

Bovendien merk je ook duidelijk aan hem dat hij anders is dan de anderen. Zelfs anders dan de andere ass-kinderen waar hij mee naar school gaat.

Hij ging pas praten toen hij negen was en hij vindt het nog steeds moeilijk om de juiste woorden naar zijn mond te brengen. Dit hoor je als hij praat.

Omdat hij pas zo laat ging praten en het niet altijd lukt merk je ook in zijn sociale contacten hoe anders hij is. Hij praat nog gewoon door iedereen heen, hij maakt veel geluidjes, heeft stopwoordjes en kan erg lachen om de wereld in zijn eigen hoofd.

Hij beweegt anders, praat anders, doet anders. Hij was laat zindelijk en zelfs nu zijn er nog onderdelen die moeilijk gaan. Hij lust haast niks. Zijn haren wassen vindt hij lastig.

Je ziet zijn onrust, zijn wiebeligheid. Hij heeft de neiging om je neus aan te raken als hij je aardig vindt, hij kan zijn mopperen niet verbergen als hij je niet aardig vindt. En als het zo in hem opkomt, dwaalt hij weg en trekt hij zijn eigen plan. Zelf ziet hij dat niet als weglopen: hij weet zelf immers uitstekend waar hij is en dat je moet komen als iemand je naam roept, daarvan is hij ook niet overtuigd. Eigenlijk ziet hij het meer als een mededeling, die naam, terwijl hij rond kuiert in een wereld waarin hij alleen overleeft omdat andere mensen opletten en remmen.

Kortom, Jongste is een jongeman die best veel hulp nodig heeft. Elke dag de hele dag, eigenlijk. 

En toen hij klein was, was dat voor de hele wereld duidelijk. Want wat dit kind had, was De Schattigheidsfactor. Blonde krulletjes, een lief zacht gezicht, aanhankelijk – alles aan hem straalde uit: zorg voor mij. Iedereen vond hem lief, iedereen zorgde voor hem.

Daar maakte ik me dan wel eens druk om, want hoelang zou dat zo blijven? Nu was het nog schattig als hij in de vensterbank klom en een katje nadeed, maar dat was het vast niet meer als hij 14 was.

Op een dag, hij was toen elf, merkte ik ineens een verschil. Een meisje in de winkel, ongeveer even oud als Jongste, keek niet naar hem met een ‘wat een schattige pop’ blik in haar ogen. Ze keek eerder een beetje angstig, want dit kind deed zo raar. Zo anders.

Gelukkig had Jongste zelf het niet in de gaten.

Maar ik was verdrietig. De Schattigheidsfactor. Hij was weg. 

Gelukkig vergiste ik me daarin.

Zo rond groep 5 beginnen kinderen zich ervan bewust te zijn dat niet iedereen hetzelfde is. Sommige mensen/kinderen zijn anders. Anders van lengte, kleur, geslacht, anders in de manier van doen. Daar moet je mee leren omgaan en dat is moeilijk en dat kost even tijd. Pestgedrag steekt de kop op en het is aan de omgeving om de kinderen te leren dat je zo dus niet omgaat met iemand die anders is. Staren, onhandige opmerkingen maken (‘Mama, kijk die rare jongen nou’) en van schrik weglopen horen daar ook bij.

In groep acht hebben de meeste kinderen wel van hun ouders en de anderen kinderen om hen heen geleerd hoe je omgaat met elkaar en met mensen die je een beetje anders vindt.

Ja, hij was de schattigheidsfactor kwijt, maar alleen bij een deel van die specifieke groep van 8 tot 11 jarigen.

Verder had hij het nog gewoon.

Bij begeleiders. Bij voorbijgangers. Bij mijn vrienden. Bij familie. Die kwetsbaarheid, dat zachte in hem, dat goede hart, dat straalde nog steeds zo keihard, dat je niet anders kunt dan van hem houden.

Ook op zijn eigen school had hij het nog gewoon. Daar deden alle schoolgenootjes nog steeds hun best: ‘O, ja, jij bent… kom maar, ik help je wel even.’

Of ze kwamen naar mij toe: ‘Dat is toch jouw kind? Ik vind het zo leuk hoe hij steeds kip zegt.’

Of ouders stuurden mij een berichtje: ‘Mijn dochter raakt niet uitgesproken over jouw zoon, ze vindt hem zo lief.’

Of ik krijg een appje van de begeleiding: ‘Kijk nou eens? Onze dag was weer goed. Geweldig kind.’

En nu is hij dertien. En al is hij als puber niet zo oogverblindend knap dan als kind, al is hij groot en slungelig en onhandig, al past hij niet meer in de vensterbank en zegt hij nog zelden miauw (wel kip en ekster en kauw overigens) – hij heeft het nog steeds: de Schattigheidsfactor. Die zit namelijk binnen in. In dat goede hart.

En ik? Ik maak me nog steeds druk.

Want hoelang zal dit duren.

Advertenties

4 gedachten over “De schattigheidsfactor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s