autisme

Pesten en autisme

IMG_0748

Als ouder van een kind met wat bijzonderheden, autisme in dit geval, is pesten een onderwerp dat altijd ergens op de achtergrond in de lucht deint.

Is hij zelf aan het pesten?

Met opzet? Of misschien zonder dat hij het doorheeft?

Net als zoveel andere ouders wil ik graag geloven dat mijn kinderen geen anderen pesten. Maar misschien gebeurt het wel, bewust of per ongeluk. Oudste had, toen hij jonger was, de neiging om vriendschap vooral te zien als een nuttige transactie van diensten. Daarbij zou je ook op tenen kunnen trappen. En Jongste kan heel boos worden als hij iets niet heeft begrepen, aan shirtjes gaan trekken en mensen omduwen. Ik hoop altijd maar dat ik het zie als het gebeurt.

Wordt hij gepest?

Met opzet? Of voelt het voor hem als pesten?

Bij Jongste ging het zo:

  • Ik heb opgevangen dat pesten heel erg is
  • Ik heb opgevangen dat opjagen en slaan pesten is
  • Ze zitten me achterna met stokken, dus ik word gepest.

Zo werd samen in een groepje ‘paardje spelen’ op de boerderij in zijn hoofd ineens pesten. En al was er dan geen sprake van pesten, hij was er net zo door van slag. Ik hoop altijd maar dat ik het dan tot de juiste verhoudingen kan terugbrengen.

Hoe reageert hij op pesters?

Met Jongste moet ik ontzettend oppassen. Hij heeft een hekel aan pesters, niet alleen als ze hem pesten, maar ook als ze een ander pesten. Hij is dan goed in staat om met grote wapens op hen af te stappen. Stalen pijpen, stenen, of zijn eigen stevige lijf.

Het leek me ook niet zo gezond, voor hem noch voor de pester, als hij iemand het ziekenhuis in zou slaan. Of erger. Je moet er toch niet aan denken dat je die last je leven lang moet meezeulen. En omdat ik het niet in een keer en ook niet in een jaar uitgelegd kreeg, moest ik voortdurend blijven opletten dat zijn reacties anderen, ook al waren dat pestkoppen, geen schade berokkenden.

Hoe reageer ikzelf op pesten?

Ik reageer liever niet. Ik zie ze wel, de blikken, de grimassen, ik merk het gefluister tussen ouder en kind heus wel op. Maar moet ik erop reageren? Zodra ik dat doe, weet Jongste wel dat hij gepest wordt, terwijl hij dat nooit door zou hebben als ik niks doe. En zijn reactie daarop, tja. Die kan variëren van gewoon doorhuppelen tot zware maatregelen. Dus ja, ik kijk wel eens boos, zo van: ik heb je wel door, maar iets zeggen? Nee.

En eerlijk gezegd heb ik ook helemaal geen tijd om erop te reageren. Wat dat betreft ben pesten gaan zien als iets wat mensen met veel te veel niet-ingevulde tijd doen.

Omdat ik zo moest opletten,

 viel me iets op. De kinderen die ‘raar’ op Jongste reageerden waren allemaal zo rond de acht, negen jaar. En de periode die het lastigste was qua pestproblematiek, was ook toen Jongste acht, negen jaar was. Daarvoor speelden ze gewoon met hem. Daarna konden ze beredeneren dat hij er ook bij hoort, maar anders is. Maar in die groep, zo rond groep 5, zagen meer kinderen dan voorheen ineens: deze is anders. Een beetje eng misschien. Raar, vooral. Wat nu? Giechelen? Wegduiken? Melden bij je moeder of smoezen met je vriendinnen?

Een leerkracht zei: ‘We zien dat vaak in groep vijf. Zo rond die leeftijd worden ze zich bewust van de verschillen. Ze zien dat iemand anders doet maar ze weten nog niet hoe ze daarmee om moeten gaan.’

‘Aan ons de taak om ze te leren dat pesten niet de manier is,’ zei een ander.

Dat bleef hangen. Natuurlijk weten ze niet wat pesten is of hoe ze ermee om moeten gaan, net als tellen en het alfabet moeten ze dat leren! En bij autisme telt dat dubbel, omdat het automatisch leren en begrijpen van woorden niet goed aan lijkt te staan. Dit leer je niet, of fout, door af te kijken en te kopiëren, wat zo vaak de beste leerschool is voor kinderen met autisme.

Ik moest ze dus meer leren.

Maar hoe kon ik dat doen? Er zijn best veel situaties die op pesten lijken als je ze beschrijft met woorden. Zo probeerde ik Jongste een keer: ‘de baas spelen’ uit te leggen: ‘Iemand wil jou precies vertellen wat je moet doen en wordt boos als je het niet doet.’

Dat ging behoorlijk mis bij het volgende gezelschapsspel dat hij in een groepje wilde spelen.

‘Pesten is als iemand met opzet iets doet wat jij niet leuk vindt’ was ook geen erg goede uitleg. De kapper en de tandarts doen ook met opzet van alles wat hij niet leuk vindt. Zelfs de leerkrachten deden dat, kan je nagaan.

En toen moest ik ook nog uitleggen

wat plagen dan is.

Wat voor de één een beetje plagen is, is voor de ander zo verdrietig dat het als pesten voelt. Je wilt niet al het plagen en de grapjes verbieden, je wilt ook dat kinderen daarmee leren omgaan, zichzelf niet altijd te serieus nemen. Dus wil je laten zien waar de grenzen liggen. Maar hoe lastig is dat? De humor van de een is nu eenmaal niet de humor van de ander.

Meestal gaat het toch goed, omdat we het aanvoelen. Pas als je er over na gaat denken, kom je erachter hoe lastig het is. Als je autisme hebt kan dat aanvoelen erg moeilijk zijn, zodat je eigenlijk het liefst duidelijke regels en kaders wilt. Maar hoe dan? Hoe beschrijf je het verschil?

Voor mijn kinderen gebruikte ik uiteindelijk deze

kaders:

  • Dit is pesten: iemand doet zijn best om jou verdrietig te maken.
  • Dit is plagen: als de ander er ook om kan lachen. Wordt er niet gelachen? Zeg dan sorry.
  • Sorry betekent: ik zal dit niet nog een keer doen.

Ik herhaalde dit vaak, steeds dezelfde zinnen. En ik wees het aan als ik het tegenkwam, op televisie, op straat, tijdens het nieuws: dit is pesten. Dit is een misdaad. Dit was een grap.

Dit bleek redelijk te werken. Maar als je pesten herkent, dan ben je er nog niet. Je moet ook wat doen.

de aanpak.

Hoe leer je kinderen die toch al moeite hebben met het lezen van sociale situaties wat ze moeten doen als ze wel gepest worden?

Ik maakte een paar regels, waarbij ik hoopte dat ze niet net als bij paardje-spelen en het gezelschapsspel precies het verkeerde effect zouden hebben.

  • Geen ruzie maken en zeker niet slaan.
  • Zorg dat een volwassene die jij kent, jou kan zien.
  • Vraag om hulp als je de andere kinderen niet snapt.

Oudste legde dit uit als: niet happen, gewoon weglopen en gaan spelen met iemand die wel leuk is. Perfect!

Jongste had en heeft nog steeds hulp van volwassen nodig. Hij snapt het wel: in theorie. Hij kan het perfect aan iemand anders uitleggen. Maar in de emotie van het moment lukt het allemaal niet meer goed. Dan grijpt hij toch eerder een shirt, schiet zijn voet uit of rent hij keihard weg: hup, een boom in, waar het rustig is.

Maar het snappen van de theorie helpt hem wel

bij het nabespreken:

wat ging er mis en wat had er beter gekund. En gelukkig let er altijd wel iemand op hem, zodat het niet echt mis kan gaan. Bovendien is hij over het algemeen een lief kind met een lief hart, die niet langer wraak wil nemen als hem drie weken geleden iets (vermeend) is aangedaan.

Tot nu toe is het qua pesten, volgens mij, in ons gezin goed gegaan.

Ze zijn de moeilijke leeftijd voorbij en ik merk er nu inderdaad een stuk minder van, al ben ik wel gewaarschuwd voor een mogelijke opleving van pestgedrag in de pubertijd. Dat is immers de tijd waarin je conflicten moet en wilt oplossen zonder volwassenen. En als je dan nog niet geleerd hebt hoe je je staande moet houden, kan het moeilijk zijn voor de juiste oplossingen te kiezen.

Ik hoop dat mijn kinderen aan de handvaten die ze nu hebben, genoeg hebben om ook in de toekomst pesten te herkennen en te voorkomen, zowel bij henzelf, als bij anderen. En zo niet, dan beginnen we gewoon weer overnieuw. Hoe groot ze dan ook zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s