Schrijven

Over schrijven: ‘ik dacht dat het geen kwaad kon’

12020216234_0873704009_h

Het creatief proces is kwetsbaar en die kwetsbaarheid voelt elke auteur op zijn eigen manier. Wat voor de een werkt, is een ramp voor de ander.

Zo hebben sommige auteurs het nodig om een verhaal

volledig te plotten.

Dan kan met de snowflake-methode, met schrijfsoftware, met de story-boardmethode, met post its of aantekeningen. Net wat je prettig vindt.

Ik werk liever niet zo. Natuurlijk is het wel belangrijk, dat ik kan vertellen waar het verhaal over zal gaan. Zeker als ik in opdracht werk, moet ik kunnen aangeven wat ik van plan ben. Maar helemaal plotten en pluizen doe ik nooit. Ik doe research, ik denk na over mijn karakters en hun drijfveren, ik prop mijn hoofd vol

met een hele wereld.

Met die wereld en een vaag idee over het einde ga ik zonder veel omhaal meteen aan de slag.

Zo ongeveer op een derde van het verhaal komt de behoeft om te plotten vanzelf. De puzzelstukken glijden in elkaar, de draden trekken zich strak richting het eindpunt, ik heb een leidraad nodig om alles netjes af te werken. Op dit moment stoort plotten me niet meer, maar helpt het echt.

Wat ik ook heel vervelend vind, is praten over een verhaal

voordat het af is.

Alle verhalen waarover ik aan anderen iets vertelde, zijn mislukt.

Ik hoor dat vaker van collega’s: ‘Ik zeg nog niks, want anders jinx ik het.’

Wat nu precies

jinxen

is, blijft een beetje vaag. Beheksen, vervloeken, het onheil afroepen. Ik gebruik het voor: een situatie verprutsen door er vooraf  teveel over te praten.

Zoals roepen: ‘Deze wedstrijd gaan we absoluut winnen!’

Zal je net zien dat de ster-speler haar enkel verzwikt.

Bij mij werkt het zo.

Ik hoor mezelf zeggen: ‘En dan loopt ze in de val –‘

Hoppa, en daar verzwik ik mijn enkel.

Een ander deel van mijn hoofd grjjpt onmiddellijk in: ‘Echt? Ga je dat schrijven? Meisje loopt in de val? Raakt opgesloten ook zeker? Weet je hoe standaard dat is? Weet je hoeveel boeken gaan over meisjes die in de val lopen en zichzelf opsluiten? Is dat echt het beste wat je kunt bedenken? Kom op zeg!’

Het was ook niet het beste.

Drie nachtjes slaap verder en er was een hele andere oplossing bij me opgekomen. Maar die kans krijgt het verhaal nu niet meer, want ik heb al hardop gezegd wat er gaat gebeuren. Een belofte gedaan, hoe vaag ook.

Ik schaam me voor het flauwe idee, ik schaam me voor het hele verhaal.

Hop, verhaal weg,

Nieuw verhaal en niet meer doen. Niet meer zomaar over een verhaal vertellen.

Omdat mensen het toch leuk vinden om soms te horen wat ik aan het doen ben, heb ik tegenwoordig altijd een verhaal

waar ik wel over kan praten

achter de hand. Meestal is dat een boek dat al helemaal af is maar nog herschreven moet worden. Soms is dat een verhaal dat al zo ver af is, dat ik denk dat het geen kwaad kan.

Dit jaar leerde ik daarover

een nieuwe les.

Over jinxen, over mezelf en over het kwetsbare creatieve proces.

Eens per jaar doe ik mee met de ZZ schrijfmarathon. We schrijven 30 dagen lang en aan het einde ligt er een verhaal met een kop, een midden en een staart. Op die manier kan je ook het schrijven van een verhaaleinde eens oefenen.

Extra spannend is, dat je met minstens drie verhalen moet meelezen en feedback geeft, terwijl je die feedback tegelijkertijd ook zelf krijgt van anderen.

Mijn verhaal van vorig jaar

bestaat uit twee delen: de situatie bezien vanuit de ene zuster, Azeline, en vanuit de andere zuster: Victoria. Het is een thema wat me mateloos interesseert, want als twee mensen naar een mierenhoop kijken, zie ze dan hetzelfde?

Het Azeline-deel maakte ik af binnen de marathon.

  • Dat verhaal is dus al gelezen
  • Met marathonmeelezers heb ik geen enkel probleem, het blokkeert me nooit
  • De feedback is al binnen
  • Het plan voor het laatste deel is klaar, ik hoef het alleen nog maar op te schrijven.

En toch ging het mis.

Ik heb het verhaal gejinxt.

Ik dacht dat het geen kwaad kon, om het tweede deel ook mee te laten lezen. Ik had een goede proeflezer, die goede vragen stelde.

Inhoudelijke vragen: hoe zit dit, hoe ga je dat oplossen, wat gebeurt daar nu eigenlijk?

Technische vragen: is het niet fraaier om een ander perspectief te kiezen, wat drijft dat karakter?

Het waren veel vragen. Ik dacht er diep over na. En ik begon te twijfelen.

Ik verloor

mijn intuïtie voor het verhaal.

Raakte ervan overtuigd dat de keuzes die ik eerder had gemaakt, fout waren.

Begon te twijfelen aan de opzet van het eerste deel.

Ik dacht na, tot elk klein foutje zichtbaar was. Hierdoor verloor ik het plezier in de onderneming en dát zie je onmiddellijk aan de schrijfstijl. Het is minder zorgvuldig, minder afgewogen.

Mijn ratio weet wel

dat mijn verhaalopzet goed was. De stijl is goed, de research klopt. Ik heb de zwarte humor erin gestopt, en de geheimzinnigheden en de psychologie en het respect – het zit er allemaal in. Zelfs het randje horror dat ik wilde.

Ja, en er zitten ook foutjes in. Geen probleem, het moet immers nog geherd worden. En ach, natuurlijk was voor de lezer de drijfveer nog niet duidelijk, die ontdek je pas aan het einde. Tien pagina’s verder en alles wordt duidelijk.

Toch?

Of niet. Misschien is dat helemaal geen drijfveer. Of een erg rare. Jawel, jawel, hij is er, hij ligt alleen niet zo voor de hand. Of misschien juist wel. Niet voor de hand-liggend is wel een probleem. Moet ik die drijfveer dan ergens letterlijk opschrijven? Dat maakt het wel duidelijker.

Nee, dat is raar.

Maar misschien staat er wel weer veel te veel tussen de regels. Dan wordt het zo’n boek waar een handleiding bij moet – kansloos.

Kansloos!

Dit is kansloos!

Als het ‘Dit is niet goed’ kloppertje eenmaal begint te sjilpen en zichzelf dan ook nog eens snel tussen de vloerplanken verstopt, waar niemand hem meer kan grijpen, is de teloorgang niet meer te houden.

Nu moet ik wachten tot al die nadenk-dingen

zo vriendelijk zijn

mijn hoofd te verlaten, of op een logische manier in het mapje ‘Victoria’ gaan zitten. Dan pas kan ik de laatste drieduizend woorden schrijven en is het verhaal af.

Het komt ook wel weer goed. Het plan was er, het plan is er, en het verhaal komt er ook. Even doorbijten, straks. Stilte in mijn hoofd, stilte in mijn hart en dan is het er weer.

Wat er ook is,

is de geleerde les.

Daarom praat ik niet over verhalen waar ik aan werk. Daarom lukken ze niet als ik eerst  alles plot. Het draait allemaal om die intuïtie. Dát is wat ik nodig heb, om te kunnen schrijven.

Ik ga met onmiddellijke ingang terug naar mijn vorige aanpak:

  • alleen praten over het praatverhaal,
  • in mijn eentje schrijven aan het schrijfverhaal.

(En nu maar hopen dat ik met deze blog niet de hele boel till kingdom come gejinxd heb!)

Advertenties

Een gedachte over “Over schrijven: ‘ik dacht dat het geen kwaad kon’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s